U kan bij ons terecht voor eerste en tweede-lijns diergeneeskunde
Huisdieren
Huisdieren

De moderne diergeneeskunde heeft heel wat mogelijkheden, voor onderzoek en behandeling van uw huisdier. Tal van aandoeningen kunnen binnen onze praktijk op een gepaste manier behandeld worden:

1ste lijnsdiergeneeskunde.

Vaccinatie:

Honden:

Pups worden best op 6 weken, 12 weken en op 16 weken gevaccineerd.  Soms wordt er bij hoge infectiedruk reeds op 4 weken een parvo vaccin gegeven.  Als de nieuwe eigenaar snel naar de hondenschool wil of reeds een hond heeft, krijgt de pup best nog een tussentijdse vaccinatie rond 9 weken. 

Na deze start is een jaarlijkse booster voldoende.

Schema: 
4 weken eventueel Parvo
6 weken puppyvaccin parvo/hondeziekte(Distemper)
9 weken eventuele herhaling puppyvaccin
12 weken basis vaccin ziekte van Carré / Adenovirus / parainfluenza / 
Parvo / leptospirose
Eventueel Kennelhoest
16 weken herhaling Leptospirose, eventueel Kennelhoest.
Rabies indien er met de hond gereisd wordt
Nadien jaarlijkse vaccinatie

Katten:

Kittens worden best gevaccineerd op 9 en 12 weken.  Indien ze in een besmette omgeving leven met hoge infectiedruk kan de eerste vaccinatie reeds op 6 weken gebeuren. 

Nadien is een jaarlijkse herhaling van het vaccin voldoende om de poes bescherming te geven.

Schema:          
(6) 9 weken kattenziekte/kattenniesziekte + leucose indien buitenloop of 
pension
16 weken herhaling kattenziekte/kattenniesziekte (+ leucose)
Rabies indien er met de kat gereisd wordt
Nadien jaarlijkse vaccinatie

Konijnen:

De belangrijkste aandoeningen bij konijnen waartegen men kan vaccineren zijn Myxomatose en Rabbit Heamorrhagic disease.

Afhankelijk van het gebruikte vaccin gebeurt dit jaarlijks(best in het voorjaar) of 2x per jaar (in het voorjaar en het najaar).  De dierenarts zal u hiervan op de hoogte brengen.

Fretten:

Fretjes worden meestal ingeënt met het puppyvaccin van honden.  Hierdoor zijn ze beschermd tegen Parvo en Hondeziekte.  De vaccinatie gebeurt best rond de 9 en 12 weken.

Sterilisatie en castratie:


Honden:

Indien u niet van plan bent om met uw teef te fokken, is het voor de gezondheid van uw hond beter haar te steriliseren.  Hierdoor is het teefje niet hormonaal actief en kan er zich geen baarmoederontsteking ontwikkelen.  Ook wordt de kans op melkkliertumoren bij sterilisatie voor of na de eerste loopsheid teruggedrongen van 25% naar minder dan 4%.  Een teefje kan vanaf de leeftijd van 6 maanden gesteriliseerd worden.  Dit kan via een klassieke incisie in de buik of minimaal invasief via 3 kleine gaatjes met behulp van de scoop (endoscopische sterilisatie).  Het herstel van deze laatste methode is veel vlugger, er zijn ook geen uitwendige draadjes dus een kraag is ook niet nodig en de hond moet niet stil gehouden worden achteraf.  Voor het verloop van de endoscopische sterilisatie zie filmpje.(endoscopische sterilisatie: http://youtu.be/_ZcqRtakc0w

 
Castratie van een reu wordt enkel aangeraden als er een reden voor is, zoals dominantie, agressiviteit, hyperseksualiteit of bij oudere dieren prostaathypertrofie en teelbaltumoren.  Dit gebeurt meestal op de klassieke manier met een kleine incisie voor het scrotum.  Bij honden waar 1 of de 2 teelballen niet ingedaald is/zijn kan deze ook endoscopisch gecastreerd worden, zo vermijdt u een grote incisie in de buik.  Ook hier gelden dezelfde voordelen als bij de endoscopische sterilisatie.  Voor het verloop kan u het filmpje bekijken.(
endoscopische castratie: http://youtu.be/z0lYHhWDrBg)

Katten:


Aangezien er al heel veel ongewenste poezen geboren worden, is het castreren en steriliseren van uw kat geen overbodige luxe.  Ook kattinnen kunnen melkliertumoren of een baarmoederontsteking krijgen, maar niet in de mate zoals bij honden.  Doch bij gebruik van de pil wordt dit regelmatig gezien.  De pil is dus geen goed alternatief voor sterilisatie en op lange termijn zeker niet goedkoper.  De ingreep wordt bast rond de leeftijd van 6 maanden uitgevoerd omdat de kattin dan nog niet krols is en dus ook niet drachtig kan zijn en bij de katers bent u dan nog ruim op tijd opdat ze niet zouden sproeien.

Huidaandoeningen:

Honden, katten en andere kleine huisdieren kunnen verschillende problemen hebben met hun vacht.  In de praktijk zullen we behulp van verschillende onderzoekstechnieken trachten te achterhalen wat de oorzaak is en zodoende het huidprobleem proberen op te lossen.  Er zijn verschillende factoren die huidproblemen kunnen veroorzaken:

Parasitair:
Vlooien, mijten, teken, schimmels
 
  


Bacterieel:
Op elke huid is een normale bacteriële flora aanwezig, maar soms krijgt een bepaalde bacterie de bovenhand waardoor er jeuk en rode plekken kunnen ontstaan.  Hierdoor krijgt het dier een pijnlijke infectie van de huid die met de juiste medicatie kan verholpen worden.

Tumoraal:
Als je als eigenaar je dier regelmatig aait kan je soms eens op en ‘bolletje’ of rare plek stoten.  Aan de hand van het uitzicht, een punctie of een biopt zullen de dierenartsen er de juiste diagnose en benaming aan geven.  Tumoren hoeven niet altijd slecht te zijn, sommige zijn goedaardig en zijn na excisie vergeten, andere zijn kwaadaardig en kunnen metastaseren (uitzaaien) en dienen dus verder opgevolgd te worden.
 

Allergisch:
Net zoals mensen kunnen dieren allergisch zijn voor allerlei dingen uit de omgeving.  Gaande van gras tot menselijke huidschilfers en van rundsvlees tot eieren.  Allergieën kunnen medicamenteus behandeld en onder controle worden gehouden, maar via een bloedonderzoek kan ook een groot aantal oorzaken van allergie getest worden en indien nodig een desensibilisatie schema opgesteld worden.

Endocrien:
Ook van binnen of hormonaal uit kunnen er bij dieren huidproblemen voorkomen.  Hypo- of hyperthyroidie (schildklierproblemen), cushing, Addison, abdominale tumorale teelbal, ernstige lever en nierproblemen, … . Door middel van verschillende testen zal de dierenarts trachten te achterhalen wat we het beste voor de hond of kat kunnen ondernemen.

Huidafkrabsels en naaldaspiraten kunnen, na kleuring onder de microscoop bekeken en beoordeeld worden en indien nodig naar het labo doorgestuurd worden.  Biopten worden vaak met een lokale verdoving genomen en op formol naar het labo gestuurd.  Indien de hond of kat onder anesthesie moet voor het nemen van een biopt opteren we meestal om het volledige gezwel weg te nemen indien mogelijk.  Dit wordt dan eveneens naar het labo gestuurd voor verdere typering.  Bloedafname is een routine onderzoek dat ook kan bijdragen tot het oplossen van een huidprobleem of een uitsluitsel kan geven waar uw dier nu eigenlijk allergisch aan is.

Gastro-intestinale problemen:

Elke hond of kat heeft al eens last van braken of diarree.  Uw huisdier eet al eens iets op van de straat of likt aan een vuile plas.  De bacteriële flora die in de darmen aanwezig is kan hierdoor verstoord geraken met als gevolg: diarree en/of braken.  Ook plotse verandering van voeding kan dit probleem veroorzaken, daarom is het belangrijk steeds enkele dagen de oude en nieuwe voeding te mengen vooraleer u omschakelt.  Een gewone lichte maag-darminfectie is meestal vlot op te lossen met medicatie en vasten.

Er kunnen echter ook ernstigere problemen aanwezig zijn die het braken en /of de diarree veroorzaken.


Vreemd voorwerp:

Voornamelijk jonge honden en katten durven al eens speelgoed of kledingstukken opeten.  Met een beetje geluk komt het er met de stoelgang terug mee uit, maar vaak blijft het steken in de maag of darmen van het dier.  Indien u de opname van het vreemde voorwerp heeft zien gebeuren, kan de dierenarts binnen het uur het dier laten braken om zo het voorwerp te terug te krijgen.  Indien er een langere tijd is over gegaan kan het voorwerp al verder zijn geschoven.  Met behulp van de RX kan men sommige vreemde voorwerpen lokaliseren.  Indien ze nog niet te ver naar achter geschoven zijn of indien het te gevaarlijk is om het dier te laten braken kan het vreemde voorwerp ook via gastroscopie verwijderd worden.  In geval het voorwerp toch in de dunne darm van het dier is komen vast te zitten zal een operatie onvermijdelijk zijn.  Dan wordt er een enterotomie of enterectomie uitgevoerd afhankelijk of er veel schade is aan de darmen.  Hiervan moeten de dieren wel wat herstellen aangezien het toch een zware ingreep is. 

Katten hebben regelmatig last van haarballen, indien deze worden uitgebraakt is er geen probleem, maar als ze opschuiven in de darmen geven ze dezelfde symptomen als een vreemd voorwerp obstructie.  Met olie en antihaarbalpasta kan de haarbal soms toch nog met de stoelgang verdwijnen, anders wordt de poes geopereerd en worden de darmen handmatig doorgemasseerd.
filmpje:http://youtu.be/s27wKK4YQ54

  

Maagulcers:
 
Honden of katten die veel braken hebben soms last van maagzweren.  Met de camera (gastroscopie) kunnen we gaan kijken in de maag en waar nodig biopten nemen voor verder onderzoek.  Dit gebeurt uiteraard onder volledige anesthesie met goede monitoring.  Met aangepaste voeding en medicatie kunnen we ook deze patiënten helpen.

 
Tumoren:
Zoals in elk orgaan kunnen er ook in de maag en de darmen tumoren voorkomen.  Deze proberen we via echo en rx op te sporen, soms zijn ze echter zo klein dat we enkel via biopties kunnen achterhalen of het om een tumor gaat.  Ook hiervoor moet uw hond of kat onder anesthesie gebracht worden, afhankelijk of de volledige dikte van de darmwand nodig is of niet, kan dit via de gastroscoop of moet het abdomen geopend worden.
Filmpje Gastro-duodenoscopie: http://youtu.be/4j7WhJOHM6c 

 
Virale infectie:

Bij jonge pups kan virale diarree voorkomen die veroorzaakt wordt door oa. Parvoviroose.  Dit komt vooral voor bij pups die uit kennels komen met een hoge infectiedruk en waar veel pups samen zitten (dierenwinkels).  Omdat pups weinig reserve hebben en dus bij diarree en braken snel uitdrogen (deshydratatie) heeft Parvo vaak een dodelijke afloop.  Door de pup te hospitaliseren en intraveneus te stabiliseren tracht de dierenarts het hondje te redden.  Tijdige vaccinatie en verlagen van de infectiedruk zijn belangrijke preventieve maatregelen, maar daar moet de fokker vooral voor zorgen.

Immuun gemedieerde maag-darminfecties:
Dit geeft chronisch braken en diarree.  Het lichaam valt in feite zichzelf aan.  Om tot de diagnose van deze aandoening te komen worden maag en darmbiopten genomen en naar het labo gestuurd.  Levenslange immuunonderdrukkende medicatie en aangepaste voeding hebben deze patiënten een goede levenskwaliteit.

 
Lever- en/of nierfalen:

Ook problemen met andere organen kunnen resulteren in diarree en braken.  Als de lever of nieren hun functie niet meer goed doen, wordt het gehalte aan toxische stoffen in het bloed te hoog, de zuurtegraad in de maag veranderd en het dier gaat stoppen met eten, beginnen braken en diarree krijgen.  Hier moet het initiële probleem aangepakt worden om het braken en/of de diarree te stoppen.

Ook konijnen kunnen last hebben van diarree, vaak door plotse voedingsverandering of te veel groenvoer, te weinig hooi, parasieten of coccidiose.  Ze hebben dan ook regelmatig last van gasvorming door een verstoorde bacteriële flora in hun darmen.  Konijnen mogen echten niet te lang anorectisch blijven aangezien hun vertering dan stil valt.  Indien een konijn niet eet na 2 dagen dient het te worden gedwangvoederd.  Bij warm weer moet de achterhand van het konijn regelmatig gecontroleerd worden op maden.  Langharige konijnen kunnen ook last hebben van haarballen.

Hart en Long problemen:


Zowel jonge als oude honden kunnen wel eens hoesten. Bij jonge honden gaat het vaak om kennelhoest, een besmettelijke luchtwegontsteking die gemakkelijk via de lucht wordt verspreid. De naam ‘kennelhoest’ zegt het zelf: de ziekte komt voornamelijk voor wanneer honden met veel worden samengebracht, in kennels, hondenpensions, hondenshows, op de hondenschool..  De ziekte uit zich door felle hoestbuien die voornamelijk erger worden als de hond zichzelf erg opwindt. Sommige honden herstellen zelf van deze aandoening na gemiddeld 3 weken, maar indien het erger wordt kan zich een bijkomende longontsteking ontwikkelt, waardoor een langdurige antibioticumtherapie en intensieve verzorging nodig zal zijn. Regelmatige radiografiëen van de borstholte van uw hond zijn dan nodig om de ergheid en de evolutie in te schatten. Indien uw hond regelmatig in contact komt met andere honden, raden wij absoluut aan uw hond tijdig te vaccineren. Dit kan met een onderhuidse injectie of met een intranasale (rechtstreeks in de neus- niet pijnlijk) toediening.

Bij oude honden die hoesten moeten we ook denken aan hartproblemen. Indien u merkt dat uw hond die al een dagje ouder wordt, sneller moe wordt op de wandeling of meer hijgt dan vroeger, vooral na inspanning of op warme dagen, komt u best eens op controle. Er wordt dan grondig geluisterd naar het hart van uw hond en vervolgens wordt een radiografie van de borstholte genomen om het hart en de longen goed te bekijken. Bij oudere honden kunnen de hartkleppen minder goed gaan werken, waardoor het hartje vergroot en bolvormiger wordt. Het hart kan het bloed minder goed rondpompen, waardoor er vocht op de longen kan ontstaan. Dit geeft dan ademhalingsproblemen. Indien er bij het luisteren naar het hart wordt vermoed dat er een hartritmestoornis aanwezig is, kan eveneens een elektrocardiogram (ECG) worden genomen. Er bestaan reeds verschillende goede hartmedicijnen voor de hond, waardoor uw huisdier mits goede opvolging nog met een gerust hart van zijn oude dag kan genieten.
  

Orthopedische problemen:


Manken word bij onze huisdieren regelmatig gezien.  Er kunnen heel wat problemen zijn waardoor een dier gaat manken.  Er kan een infectie zijn van de weke weefsels, meer bepaald spieren en pezen.  Ze kunnen een wonde hebben van ergens in te trappen of voornamelijk bij katten van te vechten.  Vaak heeft het dier op dit moment koorts en verminderde eetlust en is de poot ook rood, pijnlijk en gezwollen.  Vaak is dit met antibiotica en een ontstekingsremmer opgelost. 

Gewrichtsproblemen zoals elleboogdysplasie en heupdysplasie kunnen ook erg manken geven en op langere termijn artrose.  Hier geven de ontstekingsremmer ook vaak pijnverlichting en vermindering van het manken, maar eigenlijk moet het initiële probleem aangepakt worden.  Bij elleboogdysplasie wordt er best een artroscopie uitgevoerd om de ongelijkheid in het gewricht weg te werken.  Dit is een kijkoperatie waarbij men met de camera in het gewricht van de hond gaat kijken.  Elleboogdysplasie is een verzamelterm voor veel aandoeningen in het ellebooggewricht en omvat onder andere , losse processus anconeus, losse processus coronoideus, incongruentie van radius en ulna,… (bij 2de lijns kan u hier meer over vinden). 
  

Heupdysplasie is een gekende aandoening voornamelijk bij grotere hondenrassen, hoewel het ook bij kleine honden en bij katten kan voorkomen.  Deze laatste hebben er omwille van hun laag gewicht weinig last van.  Op jonge leeftijd kunnen de heupen gecorrigeerd worden met behulp van een bekkenkanteling, op latere leeftijd kan er een heupprothese geplaats worden.  Indien de slechtste kan gecorrigeerd wordt zien we vaak dat de hond goed zijn plan kan trekken en de beter kant kan compenseren.  Soms is een ingreep aan beide kanten noodzakelijk.  Diepgaande bespreking hiervan vindt u bij 2de lijnsdiergeneeskunde.
 

In de praktijk worden ook heel veel fracturen bij honden en katten geopereerd.  Dit kan met pinnen, platen en schroeven of een externe fixator, afhankelijk van de lokalisatie en eventuele andere verwondingen.
  

Honden en in mindere maten ook katten kunnen hun gewrichtsbanden scheuren, meestal gaat dit om de voorste kruisband al dan niet gecompliceerd met een meniscusletsel.  Bij grote honden wordt dit meestal hersteld met een plaatje en schroeven, bij de kleinere minder zware dieren kan dit met een band.  Na de operatie volgt er steeds een revalidatie van 3 maanden die goed dient opgevolgd te worden voor het volledig slagen van de operatie.  Verdere uitleg over de verschillende technieken vindt u eveneens een beetje lager bij 2de lijns.
 

Filmpje TTA in beeld: http://youtu.be/8VGRJJ6z_TA

Een aandoening die we dan weer vaker bij kleine hondjes zien is mediale patellaluxatie.  Hierbij blijft de knieschijf niet op zijn plaats zitten bij het lopen en wipt deze uit de groeve meestal naar de binnenkant.  Op dit moment hinkelt het hondje op 3 poten.  Vaak gaat de knieschijf spontaan terug op zijn plaats maar deze instabiliteit veroorzaakt artrose.  Er zijn verschillende gradaties in patellaluxatie (graad 1 tot 5), afhankelijk van de graad wordt bepaald welke operatie het meest geschikt is voor uw dier.



2de lijnsdiergeneeskunde.


Orthopedische aandoeningen:


Hiervoor beschikken wij over een moderne operatiezaal. In de klassieke orthopedie kunnen wij peroperatief met röntgenstralen kijken waar de schroeven of pinnen zich bevinden. Voor de gewrichten passen we de arthroscopie toe: Met een optiek van 1,9 2,4 of 2,7 en een minuscuul cameraatje kunnen we binnenin het gewricht alles inspecteren en behandelen.

Hieronder geven wij een aantal aandoeningen weer die bij ons regelmatig behandeld worden:

  1. Voorste kruisbandscheur +/- Meniscusletsel. (voetballersknie)
  2. Mediale patellaluxatie (losse knieschijf)
  3. Legg-Perthes necrose van de dijbeenkop bij kleine rassen
  4. Heupdysplasie bij grote hondenrassen
  5. Elleboogdysplasie
  6. OCD (los stukje kraakbeen) van de schouder of elleboog
  7. Pijnlijke schouder bij strekken:Tendinitis van de bicepspees
  8. Fracturen (breuken): Deze kunnen hersteld worden dmv pinnen en draad, plaat en schroef, de moderne Fixin interne fixator met locking plates of met lineaire, circulaire of hybride externe fixatoren.


Weke delen chirurgie :

is de benaming voor de chirurgie van al de niet beenderige gedeelten.
Hieronder een overzicht van bepaalde operaties:
  1. Aandoeningen van de ogen, zoals entropion, ectropion, cherry-eye…
  2. Aandoeningen van de oren: Laterale gehoorgangresectie, totale gehoorgangresectie
  3. BOS (brachiaal obstructief syndroom) bij kortsnuitige honderassen
  4. Spijsverteringstelsel: Miltresectie,gastrotomie,maagtorsie,gastropexie, enterotomie,enterectomie,…
  5. Urinair: blaasstenen,FLUTD, …
  6. Genitaal: castratie, sterilisatie
  7. Huid: wondhechtingen, tumorresectie,…

De minimaal invasieve heelkunde

(sleutelgatchirurgie) zijn de endoscopische heelkunde of endoscopisch geassisteerde heelkunde wordt ook bij ons meer en meer toegepast. Door drie kleine gaatjes kunnen we in de buik verschillende operaties uitvoeren. Deze techniek heeft als voordelen:

  1. de patient heeft minder pijn, doordat de buikspieren niet
    doorgesneden zijn.
  2. er geen draadjes zichtbaar zijn daar er gewerkt wordt met
    intradermale hechtingen. 
  3. De dieren hoeven geen kap of truitje te dragen
  4. bij bepaalde preventieve operaties, zoals sterilisaties vertonen de
  5. dieren reeds dezelfde dag een normale aktiviteit, wat het comfort
  6. voor de baasjes alleen maar verhoogt !

Korte filmpjes
endoscopische sterilisatie: http://youtu.be/_ZcqRtakc0w
endoscopische castratie: http://youtu.be/z0lYHhWDrBg

        XXXXXXXXXXX

MEER IN DETAIL

  1. Voorste kruisbandscheur, al dan niet met meniscusletsels.

Het geheel of gedeeltelijk doorscheuren van de voorste kruisband is een veel voorkomend probleem bij bepaalde honderassen, zoals rottweiler, labrador,…

De eigenaar vertelt ons bij een acute ruptuur steeds, dat de hond een pijnscheut had, struikelde en op drie benen teruggelopen kwam. Dit is zeer pijnlijk en een grondig onderzoek en stabilisatie is noodzakelijk. Het klinisch onderzoek en een positief schuiflade-effect onder diepe sedatie evenals stressradiografieën zijn diagnostisch.

Er zijn tal van operatiemogelijkheden, om dit probleem aan te pakken. Na uitmeten van verschillende anatomische gegevens en afhankelijk van de patient zullen wij de beste techniek voortellen. Grosso modo kunnen we een onderscheid maken tussen krachtenneutraliserende technieken en de vroegere klassieke technieken, die in bepaalde gevallen toch ook nog hun diensten kunnen bewijzen.

Klassieke technieken, die vroeger toegepast werden en ons inziens verouderd zijn, zijn de intra-articulaire Halteband en fasciestrip. Beter zijn een imbricatietechniek van de fascies of een laterale Flo-teugel. Deze technieken werken goed bij de kleinere rassen. Recent zijn er hierop varianten ontwikkeld: Tight Rope, door beentunnels of dmv beenankers. Bij kleinere rassen kan dit ook in combinatie gebruikt worden met een mogelijks knieschijfprobleem.

Krachtenneutraliserende technieken: Hier gaat men anatomisch de stand van de knie veranderen, zodat het vooruitschuiven geneutraliseerd wordt en de kruisband niet meer nodig is. We kunnen hier drie technieken in voorstellen: TTA (Tuberositas tibiae advancement) TPLO (Tibial plateau leveling osteotomy) en TTO (Triple Tibial Osteotomy). In de eerste techniek wordt de kracht tov het plateau verandert. In de tweede wordt het plateau gedraaid en de laatste techniek is een combinatie van de twee voorgaande. Onze voorkeur gaat, waar mogelijk uit naar de TTA, omdat de honden hier sneller van recupereren en steun nemen na enkele dagen.

Later zullen we de verschillende technieken verder bespreken


4. Heupdysplasie bij grote honderassen.

HD bij de hond is een veel voorkomende multifactoriële ziekte, waar erfelijke, voeding en bewegingsfactoren een belangrijke rol spelen. Op vrij jonge leeftijd kunnen wij reeds adviezen geven, voor honden met laxe heupen. Ook kunnen wij officiële röntgenopnamen maken voor de heupdysplassiecommissie. Op nog jongere leeftijd kunnen wij distractieopnamen (PennHipp) maken. Deze geven een idee van de laxiteit van de heupen en de mogelijkheid van het later ontwikkelen van HD.

Bij blijvende “pijn” in een achterlidmaat, zullen we het dier volledig klinisch onderzoeken en röntgenopnames maken. Klinisch doen we bij de gesedeerde hond de Ortolanitest die de luxatiehoek meet. Daarna wordt ook de reluxatiehoek bepaald. Onder anesthesie maken we de röntgenopnamen van het bekken. Klassieke VD opnamen en DARviews om de dorsale acetabulumrand te bepalen.

Iedere hond krijgt een individuele op maat aangepaste behandeling, afhankelijk van de ouderdom, de ergheid van de dysplasie, het gebruik (gezelschapsdier – werkhond) en de visie van de eigenaar.

Volgende behandelingen kunnen we adviseren: medicamenteus, nutritioneel, voedingssuplementen en operaties zoals: JPS (Juveniele pupysymfysiodesis), TPO (triple pelvic osteotomy of bekkenkanteling), DPO (double pelvic osteotomy), Femoral head excisin arthroplasty en THR (Total Hip Replacement) (cemented of pressfit bio-ingroeibaar)

later zullen we de verschillende technieken verder bespreken

Dierenartsenpraktijkwww.deneikbos.be
Consultaties(ook na afspraak)
MA 10-12u & 18-20u
DI 18-20u
WO 18-20u
DO 18-20u
VR 14-16u & 18-20u
ZA 10-12u
24u/24u & 7d/7dTEL.: 015 / 62.79.90
Dierenartsen:
  • Dr. Marc Vanhoegaerden
  • Dr. Iris Frooninckx
  • Dierenarts Sophie Van Bever
  • Dierenarts Stéphanie Barta
  • Dierenarts Annelies Van Roy
Dierenartsassistent:
  • Sarah Vanthournout
  • Stéphanie van Reyninghe